Volg ons op Facebook Volg ons op Twitter Vensters PO Scholennetwerk De Basis

OBS van Maasdijkschool is onderdeel van
Scholennetwerk De Basis


Ga naar de site van De Basis
Volg ons op Facebook Volg ons op Twitter Vensters PO Scholennetwerk De Basis

OBS van Maasdijkschool is onderdeel van
Scholennetwerk De Basis


Ga naar de site van De Basis

Zorg

 De (speciale) zorg aan leerlingen

 

De interne zorgstructuur.

Mevr. L.Poepjes is de interne begeleider ( IB-er).

Zij coördineert binnen de school de zorg voor de leerlingen op schoolniveau, groepsniveau en individueel ( leerling) niveau.

We werken hierbij met wat we de planningscirkel van de zorg noemen.

Deze planningscirkel geeft structuur en samenhang m.b.t alle activiteiten die te maken hebben met  het zo goed mogelijk begeleiden van de leerlingen.

We hanteren hierbij vaste afspraken / procedures, formulieren en activiteiten.

Het schooljaar wordt verdeeld in 2 perioden.

1e periode

Augustus /Januari

2e periode

Februari /m Juli

 

 

 

Per periode ( dus 2 keer per jaar) vinden de volgende zaken volgens een vaste planning plaats:

  1. Bespreking door IB-er in een groepsbespreking van observatie- en toetsgegevens van alle groepen.
  2. Er wordt per groep bekeken wat de beste aanpak en het beste aanbod is voor de komende periode.
  3. Er wordt, waar nodig, per kind bekeken wat de beste aanpak en het beste aanbod is. Eventueel wordt het kind aangemeld voor consultatie of HGPD.
  4. Voor de volgende periode worden hierover afspraken gemaakt m.b.t. het aanbod en de hulp op groepsniveau en leerlingenniveau.
  5. Er wordt gewerkt met groepsplannen en waar nodig met individuele handelingsplannen voor leerlingen die specifieke hulp nodig hebben.
  6. De leerkrachten stellen de plannen op, deze worden besproken binnen de bouw.
  7. Gedurende de periode worden de plannen uitgevoerd en aan het einde van de periode worden ze binnen het team geëvalueerd. Gedurende de periode vindt nog een tussenevaluatie plaats door de IB-er en leerkracht.
  8. Er volgt een leerlingenbespreking m.b.t alle leerlingen.
  9. Vervolgens vinden dezelfde stappen plaats voor de nieuwe periode.


Leerlingvolgsysteem

1. Dossier.

Iedere leerling heeft een dossier met hierin:

-          persoonlijke gegevens

-          toetsgegevens

-          rapportgegevens

-          gespreksverslagen met ouders

-          onderzoeksgegevens enz.

Inzage door de ouders van de gegevens is toegestaan. De documenten worden echter binnen de school bewaard en niet meegegeven voor privé doeleinden.

Voor inzage kunt u contact opnemen met mevr. M.Jacobi. Ook met vragen hierover kunt u bij haar terecht.


2. Methode afhankelijke toetsen.

Om de ontwikkeling van leerlingen zichtbaar te maken en te bekijken in welke mate de aangeboden leerstof wordt beheerst of niet, zijn er bij de diverse methoden toetsen die wij gebruiken, bijv. voor lezen, spelling, rekenen, aardrijkskunde en geschiedenis.

De ontwikkeling van kleuters volgens we middels het OVM (ontwikkelingsvolgmodel van Memelink).[1]

 

3. Methode onafhankelijke toetsen.

Naast de bij 2 genoemde toetsen gebruiken wij voor de volgende gebieden methode onafhankelijke toetsen:

Taal en ordenen voor kleuters;

Technisch – en begrijpend lezen, rekenen en wiskunde, spelling, woordenschat, Studievaardigheden in groep 5 en 6 en in groep 6 en groep 7 de entreetoets [2].

Als eindtoets in groep 8 gebruiken wij de CITO eindtoets en in een enkel geval de Niveautoets plus.

Deze toetsen geven ons de gelegenheid de resultaten te vergelijken met landelijke resultaten / normen.


Deze gegevens worden structureel:

-          besproken

-          geanalyseerd

-          er worden conclusies aan verbonden

-          het vervolg wordt hierop afgestemd. ( zie beschrijving bij planningscirkel van de zorg).

 

Procedure bij leer – en gedragsproblemen:

A.

Doorgaans zijn wij als team in staat om leer – en gedragsproblemen bij kinderen binnen de school / klas adequaat op te lossen.

B.

Het kan voorkomen dat leer –  of gedragsmoeilijkheden van het kind zo specifiek zijn, dat wij hulp van buiten moeten inschakelen.

We kunnen dan een beroep doen op een consulent van “Weer Samen Naar School”  om ons vragen mee te denken over de beste aanpak voor het betreffende kind (HGPD = handelingsgerichte procesdiagnostiek))[3] Uiteraard is hierover van te voren contact met u als ouders.

C.

Soms is de problematiek ingewikkelder en is het noodzakelijk een pedagogisch of psychologisch onderzoek aan te vragen voor leerlingen met leer – of sociaal emotionele problemen. Dit om beter zicht te krijgen op wat het kind nodig heeft om beter te functioneren / presteren en om onze aanpak hierop af te stemmen.

Dit is uiteraard altijd in overleg en met toestemming van de ouders.


Het onderzoek levert resultaten en advies op en samen met de ouders wordt dan bekeken en afgesproken wat we kunnen en willen doen m.b.t. een optimale begeleiding van het kind.

  1. Meestal kunnen we als school met de informatie en het advies prima verder.
  2. Soms volgt er een verwijzing naar andere instanties, zoals het GGZ, een logopedist of een speltherapeut.
  3. In enkele gevallen leidt een advies tot plaatsing op een school voor speciaal basisonderwijs. Hiervoor is toewijzing / toestemming door de Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL) nodig op basis van de aangeleverde onderzoeksgegevens.

Uiteraard bent u als ouders bij alle hiervoor genoemde stappen intensief betrokken.


Weer samen naar school

Sinds een aantal jaren is er een omvangrijk project in Nederland gestart, met als doelstelling: het verkleinen van het speciaal basisonderwijs. Voor het basisonderwijs betekent dit, dat er meer passend onderwijs voor iedere leerling gegeven moet worden. Hiervoor zijn samenwerkingsverbanden opgestart tussen basisscholen en scholen voor speciaal onderwijs. Dit heet: “Weer Samen Naar School ” (WSNS). In dit kader werken de openbare scholen van Skarsterlân en Heerenveen samen met het speciaal basisonderwijs in Heerenveen. De school kan hulp en begeleiding vragen bij deze instantie, zoals ook staat beschreven bij de procedure bij leerproblemen. Hieronder staan voor alle duidelijkheid nog een keer de zorgvarianten beschreven.

Zorgvarianten

Zorgvariant 1

Zorgvariant 1 vindt binnen de basisschool plaats. De betrokken leerkracht, ondersteund door de IB-er en collega’s, probeert op eigen kracht de problemen van leerlingen op te lossen of hanteerbaar te maken.


Zorgvariant 2

Zorgvariant 2 houdt in dat er na interne bespreking/evaluatie behoefte ontstaat aan een gesprek/een overlegsituatie. Hiermee bedoelen we dat de intern begeleider en de

groepsleerkrachten samen van gedachten willen wisselen met iemand van buiten de

school. Het betreft hier een drempelloos consultatiegesprek dat plaats vindt met de schoolbegeleider en/of met de consulent van WSNS. Hiervoor heeft de school

toestemming van de ouders nodig.


Zorgvariant 3

Als de basisschool en de ouders op grond van de interne hulp van de school (zorgvariant 1 en 2) tot de conclusie komen dat de geboden hulp te weinig resultaat heeft gehad, kan besloten worden tot een extern onderzoek. Er volgt een schriftelijke aanmelding (van zowel school als ouders) bij Zorgvariant 3a in Heerenveen. Zorgvariant 3a is de Commissie van Onderzoek en Begeleiding WSNS. Deze commissie bestaat uit: een directeur basisschool, de directeur speciaal basisonderwijs, psychologen, pedagogen, schoolbegeleiders, jeugdarts en maatschappelijk werk. Op afroep zijn een aantal andere hulpverleners beschikbaar, waaronder bijvoorbeeld de logopedist.

De commissie verdeelt de aanmeldingen op grond van hulpvraag onder de hulpverleners. De commissie richt zich op diagnostiek en handelingsplan. De hulp aan kind, ouders en leerkracht is erop gericht het kind verantwoord op te vangen binnen de school.

De Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL) is een orgaan van

samenwerkingsverband dat beoordeelt of een leerling toelaatbaar is tot de speciale school voor basisonderwijs.

Zorgvariant 4

Soms kan een kind terug geplaatst worden naar een reguliere basisschool. In dat geval vindt overleg plaats tussen ouders, speciaal onderwijs en de basisschool via het PCL.

Zorgvariant 5                                                                                                                           In deze zorgvariant gaat het bij de aanmelding bij het PCL om overleg en advies om een mogelijke plaatsing op een school voor speciaal onderwijs type 2 (Lyndenstein in Beetsterzwaag, De Skelp in Drachten en De Buitenschool in Leeuwarden). In dit geval zoekt het PCL contact met deskundigen van deze scholen. In alle hierboven beschreven varianten, wordt uiteraard nauw overleg gevoerd met de ouders.


Doublure of een groep overslaan

In eerste instantie zijn wij voor een doorlopende leerlijn door de hele school. Het kan echter zijn dat een leerling veel problemen ondervindt bij het leren en er baat bij heeft om de stof nog eens aangeboden te krijgen. In zo’n geval neemt de leerkracht (na uitvoerig overleg met IB-er en in acht nemen van het overgangsprotocol contact op met ouders om een doublure te adviseren. Soms komt het voor dat kinderen voorlopen in hun (voornamelijk) cognitieve ontwikkeling en daardoor een ‘zwaarder’ leerpakket aankunnen. Als het overslaan van een groep ter sprake komt, zal er naast het cognitieve aspect ook specifiek worden gekeken naar de sociaal-emotionele kant van het kind in zijn of haar omgeving. Zo’n proces wordt nadrukkelijk met de ouders besproken. Daar waar ouders en team het toch niet eens kunnen worden, neem de directeur een besluit dat bindend is.

 

Leerlingen met een rugzak

Op 1 augustus 2003 is de nieuwe wettelijke ‘Regeling leerling gebonden financiering’ in werking getreden. Vanaf dat moment bestaat de mogelijkheid voor leerlingen met een handicap of een stoornis om op een reguliere basisschool onderwijs te volgen. Ouders hebben dan de mogelijkheid om te kiezen tussen een gewone school in de buurt of een school voor speciaal onderwijs. De extra middelen die voor een kind met een handicap of stoornis nodig zijn om onderwijs te volgen, gaan als het ware in een rugzakje mee.

In principe worden leerlingen met een rugzak toegelaten onder bepaalde voorwaarden, tenzij de complexiteit van de handicap niet hanteerbaar is voor onze school.

De toelating van (meervoudige) gehandicapten tot het reguliere basisonderwijs wordt op twee manieren begrensd. De eerste grens ligt daar waar leer- en gedragsproblemen kunnen leiden tot een zodanige verstoring van de voortgang van de onderwijsleerprocessen dat handhaving redelijkerwijs niet van een schoolteam mag worden verwacht. De tweede grens ligt daar waar plaatsing op De Van Maasdijkschool niet in het belang is van de leerling zelf, doordat de school onvoldoende is toegerust om de capaciteiten van de gehandicapte leerling adequaat te benutten.

In het toelatingsgesprek bekijken we het verzoek van de ouders om plaatsing van het kind van twee kanten, zowel die van de ouders als die van de school. Ook kijken we of de school succesvol kan zijn voor het aangemelde kind. Vragen over de grootte van de groepen, het aantal zorgleerlingen in de groep, de mogelijkheden van extra ondersteuning en de individuele begeleiding, de omvang en aard van de ambulante begeleiding, de deskundigheid en inzet van leerkrachten, de aanwezigheid van een remedial teacher, afstand en vervoer en mogelijkheden voor technische aanpassingen van school en klaslokaal spelen een rol

Indien er een aanmelding plaats vindt van een leerling met een rugzak, volgt dus de volgende procedure:

1. Aanmelding: gesprek ouders, toelichting visie en procedure, toestemming ouders voor het inwinnen van informatie.

2.Informatie verzamelen: opvragen gegevens bij huidige school, begeleidingsdienst, zorginstellingen, zorg- en medisch circuit.

3.Informatie verzamelen: verzamelen en bespreken met IB-er en PCL. Eventuele observatie.

4.  Inventarisatie: pedagogische en didactische mogelijkheden. Kennis en vaardigheden leerkracht, organisatie, gebouw, medeleerlingen. Hierbij wordt gekeken naar de mogelijkheden en onmogelijkheden van de school en wat er extern gehaald kan worden.

5.Overwegingen: welke mogelijkheden heeft de school en welke ondersteunings-mogelijkheden kan de school geboden worden, zoals vervoer, ondersteuning qua expertise, formatie.

6.  Besluitvorming: de hulpvraag wordt afgezet tegen de visie en de mogelijkheid van de school om genoegzaam onderwijs te realiseren.

7.   Besluitvorming: plaatsing- opstellen plannen en aanpassingen.

8.   Afwijzing – onderbouwing met schriftelijk verslag naar ouders en inspectie.


Indien er een aanmelding plaats vindt van een leerling met een speciale behoefte, volgt de volgende procedure:

 

Op onze school wordt bij aanmelding van:

1.  een leerling met een positieve beschikking van een commissie voor indicatiestelling

2.  een leerling met een positieve beschikking van de Permanente Commissie

Leerlingenzorg van het samenwerkingsverband WSNS.

3.  een leerling die wordt teruggeplaatst van een speciale school.

 

Aan de hand van de volgende aspecten de onderwijskundige vragen van de leerling doorgenomen:

-      acceptatie door de ouders van de grondslag van de school

-      gebouwelijke en materiële aspecten

-      beïnvloeden van rust en veiligheid in de school

-      evenwicht in behoefte aan verzorging – behandeling – onderwijs

-      beïnvloeden van het leerproces van andere leerlingen

-      opnamecapaciteit van de school

-      kennis en vaardigheden van de leerkracht

-      besluitvorming binnen het totale team.